Home Soesterknollen
Het Soester Nieuws
Knollen Geschiedenis
Mooi Soest
Fotoalbum
Nu en Vroeger
Soest en het Eemland
Straat  Praat 1/30
Straat Praat 31/60
Straat Praat 61/90
Straat Praat 91/120
Straat Praat 121/150
Het Oude Grachtje
Oud Soest
Oud Soest 2
Soest vroeger
Lucht Foto's
Mijn Verhaal
In  de  Tuin
Contactformulier
Gastenboek
Link pagina

Soest Natuurlijk  Groen

Soest en  het Eemland

Bron: Weekkrant SoestNu

Door Hans Kruiswijk    Soest

 

SOEST - Onlangs was de Historische Vereniging Soest gastheer van de Stichting tussen Vecht en Eem. Op de bijeenkomst in het Gildehuis aan de Steenhoffstraat hield Margriet Mijnssen-Dutilh een interessante lezing over de geschiedenis van het gebied Vallei en Eem in de periode 777 tot 1616. Een 25 jaar durend onderzoek van deze archivaris van het Waterschap Vallei en Eem resulteerde in een publicatie met als titel Amersfoort lag aan zee.

Het boekwerk is zeer leesbaar en ook voor leken goed te consumeren.

De samensteller heeft aantoonbaar en met succes haar best gedaan om een breed publiek te bereiken dat geïnteresseerd is in de regionale geschiedenis. Soest Nu verdiepte zich in de kroniek en keek door een Soester bril naar het geschrevenen Weg in de Maten

Het Valleigebied bestond, voordat de mens ingreep, uit een groot moeras.

De Eem zoals wij die nu kennen, is geen natuurlijke rivier. Het stroomgebied bestond in de vroege Middeleeuwen uit een groot moeras dat zich naar het noorden uitstrekte vanaf de Heuvelrug bij Maarn en Maarsbergen tot in het Almere, het huidige IJsselmeer. Door dit uitgestrekte, lage natte gebied meanderde laaglandbeken, waarin het water langzaam stroomde.

Zomers lagen die beken soms droog. In de 8ste eeuw is nog geen sprake van de rivier. Volgens Margriet Mijnssen is er hooguit een veenstroompje door het moeras met een onvaste bedding en onduidelijke oevers. In 777 zijn het moeras en de wouden op de hogere gronden van Soest nog vrijwel onbewoond. Nadat hevige stormvloeden aan het eind van de 12de eeuw de veenbrug tussen West-Friesland en Friesland hebben weggeslagen, ontstaat de Zuiderzee. De getijdenwerking zorgt er

mede voor dat langs de zuidkust veenmoeras droogvalt, dat in de zomer als hooiland kan worden gebruikt.

Deze gronden worden maatlanden genoemd. In Soest hebben we in de polder nog de Weg in de Maten (foto). Om de dikke veenpakketten, waaronder het Soester en het Hezer veen, te kunnen ontginnen en exploiteren, worden waterlopen gegraven voor de afwatering. Het Eemmoeras reikte tot aan de Soester Eng. In

1239 geeft de bisschop toestemming om een waterleiding door te trekken langs de Eng van Soest. Voor de wetering wordt gebruik gemaakt van een natuurlijk stroompje, het Oude Grachtje. Parallel aan het Oude Grachtje loopt nu de drukke Koningsweg (zie foto).

 

Stadsrechten

In de loop van de 14de eeuw wil de bisschop de mensen die wonen op de droge gronden van het Eemland aan zich binden.

Hij doet dat door aan Eembrugge, Bunschoten, Baarn en Eemnes stadsrechten te verlenen.

Soest wordt geen stad, maar krijgt wel een schepenbank. In 1350 wordt Soest een zelfstandige parochie.

Uit deze periode dateert de Oude Kerk, als parochiekerk gewijd aan Petrus en Paulus.

Er wordt een brug gebouwd over de Eem, het huidige Eembrugge, en over de gracht tussen Soest en Baarn, die wij nu

kennen als Praamgracht. Om het onderhoud van bruggen en wegen te bekostigen worden bruggeld en tol geheven. Eind

14de eeuw moet dan de Soestdijk zijn aangelegd. De dijk vormde de verbindingsweg door het wilde veen tussen de

Soester Eng en de hoge grond van Baarn om vanuit Utrecht naar het huis Ter Eem bij Eembrugge te kunnen reizen. In het

gebied Laag Hees zijn sporen van die route terug te vinden.

Wordt vervolgd.

 

Het Oude Grachtje en de Koningsweg

Op deze hoogtekaart is de ligging

van het Eemmoeras goed

zichtbaar gemaakt. Het diepblauwe

gebied in het noorden

was onderdeel van het Almere.

Het blauwgroene moeras reikte

tot voorbij Woudenberg. In

Soest reikte het moeras tot aan

de Eng. (Afbeelding: Waterschap

 

Bron: Amersfoort lag aan zee,

Waterschapskroniek Vallei en

Eem door Margriet Mijnssen-

Dutilh, uitgave Waterschap Vallei

en Eem, 2007.

ISBN: 978-90-5479-071-6

 

 

 

Groot Gaesbeeker Schuttersgilde. FOTO: HANS KRUISWIJK

Soest en het Eemland (2)

Opnieuw staan wij hier stil bij de ontwikkeling van het Eemland in relatie tot Soest. Ook dit tweede artikel is gebaseerd op de publicatie 'Amersfoort lag aan zee' van mevrouw Mijnssen- Duthil, archivaris van het Waterschap en Eem. In 1394 wordt de grens tussen het Soester- en het Hezerveen vastgesteld door bisschop Frederik

van Blankenheim. Dat was nodig om een einde te maken aan de ruzies daarover met

betrekking tot de winning van het veen voor de productie van turf. Die grens is nu nog te herkennen aan de kaarsrechte Wieksloterweg. Wie richting Biltseweg rijdt ziet aan de rechterhand de kavels van het Soesterveen die haaks staan op de

Wieksloterweg. Ter linker zijde liggen de kavels, nu weilanden, van het Heezerveen die parallel lopen aan de Wieksloot. Belangrijk voor de veiligheid van mens en dier was het onderhoud van de dijken. Als bij watersnood de klok luidde moest iedereen komen

helpen. Wie verzaakte kreeg een boete. In de eerste helft van de 16e eeuw zijn er

problemen tussen de Hollanders, Utrechters en de Geldersen.

Het platteland van Eemland heeft in die tijd zwaar te lijden onder het oorlogsgeweld.

Op 5 september 1528 wordt Soest door de Geldersen verbrand.

Het natte Eemland is dan dun bevolkt. Archivaris Mijnssen concludeert op grond van belastinggegevens dat er in heel Eemland maar 590 goede en 25 minder goede huizen zijn. Bescherming van de kwetsbare bevolking op het platteland door weerbare mannen van Soest leidde tot het ontstaan van het Groot Gaesbeeker Schuttersgilde (schutten, beschutten.  en beschermen).

 

 

 

Loswal van de Melm.

 

Soest en het Eemland (3)

DOOR HANS KRUISWIJK

De Eem kan in die oude tijden dikwijls al het water van de Eemvallei niet verwerken en afvoeren.

De waterloop is een ondiepe moerasstroom, die snelt verlandt door het zand dat de Veluwse beken aanvoeren.

Overladen van turf op grotere schepen kan pas bij de Melm plaatsvinden (foto). Om te bereiken dat schepen Amersfoort

kunnen bereiken wil het stadsbestuur de Eem laten uitdiepen en verbreden tussen de stad en de Melm bij Krachtwijk.

De inwoners weigeren echter mee te werken. De Staten van Utrecht beslissen in 1589 dat de dorpen mee moeten werken met honderd gravers. Amersfoort levert 200 burgers. De gravers – ze moesten hard werken – mochten geen vrouwen of jongens zijn. Ze moesten eten meenemen en mochten niet weggaan om te ontbijten. De gravers uit Soest, Eemnes en Bunschoten laten het afweten. Amersfoort moet daardoor gravers inhuren en legt de rekening bij de dorpen. In 1596 wil Amersfoort opnieuw beginnen met uitdiepen van de Eem. De dorpsbewoners willen ook nu niet meewerken; de Staten moeten zich er weer mee bemoeien. Het graven vindt plaats in mei en juni 1597. Afgesproken wordt dat er een halve maand gewerkt zal worden met een dubbel aantal arbeiders. Buiten de Koppelpoort staat een tent waar de dorst gelest kan worden, want ook de grachten van de stad moeten aangepakt worden. De verzanding van de Eem blijft een eindeloos probleem.

In 1603 verzoekt Amersfoort om de aanleg van een trekpad vanaf de stad tot aan Eembrugge. Dan kunnen paarden de schepen naar de stad trekken. Anno 2009 kan men langs de Eem wandelen over de vroegere trekpaden. Het landschap is vredig en aan de horizon van het weidse land is bebouwing te zien. De toren van de Oude Kerk in de verte is getuige van de eeuwenlange weerbarstigheid van de Eemlandse stroom.

Bron: Amersfoort lag aan de zee

door Margriet Mijnssen-Dutilh,

uitgave Waterschap en Eem.

Top