Home Soesterknollen
Het Soester Nieuws
Knollen Geschiedenis
Mooi Soest
Fotoalbum
Nu en Vroeger
Soest en het Eemland
Straat  Praat 1/30
Straat Praat 31/60
Straat Praat 61/90
Straat Praat 91/120
Straat Praat 121/150
Het Oude Grachtje
Oud Soest
Oud Soest 2
Soest vroeger
Lucht Foto's
Mijn Verhaal
In  de  Tuin
Contactformulier
Gastenboek
Link pagina

Soest  Natuurlijk Groen


 Geschiedenis van de Soesterknol 

 

    

Leuk om te weten: De Soesterknol  
 

De knol

Sinds een aantal jaren wordt de Soesterknol weer op de Soester Eng geteeld. Deze knol genoot vroeger grote bekendheid vanwege zijn uitmuntende smaak - mits tijdig gezaaid (rond 10 augustus, Sint-Laurensdag) én geoogst (vóór eind december), anders werd de knol smaakloos en waterig. Want:

Wie knollen wil eten
moet Sint Laurens niet vergeten


en als het kindje Jezus is geboren

hebben deknollen hun smaak verloren

 

Hoewel de knol ook als veevoer diende, was het zeker niet alleen volksvoedsel.

Zelfs koning Willem I (1772-1843) was dol op Soesterknollen met schapenbout.

 
 
Bereiding

Volgens de overlevering werden de soesterknollen met schil en al gestoofd, nadat zij vooraf goed schoon waren gemaakt. Zij werden verwerkt in een 'muuspot', een stamppot met aardappelen en vet. Voor de beste smaak moest de Soesterknol enigszins aangebrand zijn en een bruin korstje hebben. Ook was het belangrijk de knol heet te serveren, want een te sterk afgekoelde knol verloor zijn smaak. Dat de knollen zo van het vuur, dampend op tafel werden gezet en onmiddellijk gegeten moesten worden, leert een oud versje:

De boer die at een knol.
Die knol die was zo heet.
Dat de boer het van benauwdheid
In . . . de broek deed.

 
 

Spreek- en scheldwoord

Soesterknollen zijn geel van kleur. Vandaar de uitdrukking: 'iemand knollen voor citroenen verkopen' (iemand bij de neus nemen).
Soesterknol is ook een bijnaam voor een inwoner van Soest. Dit is niet alleen omdat de knollen hier worden geteeld en gegeten, maar ook omdat dit in de ogen van velen minderwaardig voedsel was. Het is dus ook een beetje een scheldwoord.

 

  

 

 

De Soester Knol is weer terug

want zonder Soester knollen geen Soest!

In december 2004 hing het al een tijdje in de lucht en er werd al menigmaal over gespeculeerd, maar nu was het dan helemaal echt zo ver: de Soester Knol, dit oer-Soesters streekproduct is terug. Na een voorbereiding van ongeveer 3 jaar is het ons gelukt deze delicatesse weer op de markt te brengen.

De jaren van onderzoek waren voor ons nodig om uit te vinden hoe het gewas werd verbouwd, maar zeker zo belangrijk; de bereiding en conservering van het product werd aan vele tests onderworpen, teneinde als eindresultaat een goed vermarktbaar product neer te zetten. Historisch onderzoek bleek nodig om te traceren 'wanneer' en 'hoe' de knollen werden geconsumeerd.

Vanzelfsprekend hebben wij gekozen voor de "Soester Engh" als basis voor het verbouwen van de Soester Knollen Dit gebeurt na het oogsten van onze rogge. Historisch - en teelttechnisch gezien bleek dit de ideale voedingsbodem voor de boterzachte knollen met de markante smaak..... Begin november zijn wij begonnen met de 'eerste pluk' en dat loopt door tot eind december.

Naast het vers consumeren van de knollen, hebben wij gezocht naar de juiste methode om deze overheerlijke delicatesse het hele jaar beschikbaar te krijgen. Om ook een product neer te zetten welke voor de verkoop geschikt is, hebben wij bewust gekozen om de knollen te ‘wecken’ in de voor velen bekende 'weckpotten'. Wij hebben goed geluisterd naar onze oma en de hedendaagse techniek toegepast en dat heeft er toe geleid dat vanaf heden dit schitterende product in ouderwetse vorm verkrijgbaar is.....

Om de verkoop zo gestructureerd mogelijk te laten verlopen hebben wij gezocht naar een samenwerkingspartner die zijn/haar sporen reeds heeft verdiend op het gebied van delicatesse's. Wij zijn trots te mogen melden dat de exclusieve verkooprechten zijn overgedragen aan Lekkernijen te Soestdijk (Ben van der Linden). Deze samenwerking garandeert de juiste uitstraling en beschikbaarheid van dit bijna vergeten streekproduct.

Om dit heuglijke feit te vieren hebben wij op 15 december 2004 de eerste potten overhandigd aan een delegatie van B & W der gemeente Soest, mede als dank voor de belangstelling en "meedenken" gedurende het hele traject. Wij hebben die dag de ALLEREERSTE 'lading' met paard en boerenwagen bezorgd bij Ben van der Linden op de Burg.Grothestraat te Soestdijk. Bij deze gelegenheid waren ook vertegenwoordigers van veler Soester instanties aanwezig. Vanaf dat moment zijn de Soester Knollen weer volop te verkrijgen in Soest!

Soester Knollen "een koninklijke delicatesse op historische gronden"

Uit een historisch boek: SOEST bij kaarslicht en tuitlamp van Engelbert Heupers (1978) hebben wij de volgende historische informatie gevonden over de Soester Knollen.

Grote bekendheid van de Soesterknollen

De Soesterknollen genoten vroeger een grote bekendheid vanwege hun uitmuntende smaak, waardoor zij, hoewel geen volksvoedsel in het algemeen, toch in vele gezinnen werden gegeten in de tijd dat zij rijp waren en werden geoogst. De knollen werden uitgevent door kooplieden uit Huizen (N.H.) die de vruchten bij de boeren in Soest opkochten en ermee langs de deuren in Hilversum, Zeist en Driebergen gingen. Zij vonden overal veel waardering. Zelfs de gegoede standen, vorstelijke en adellijke personen, aten graag soesterknollen en zij verschenen, hoewel niet dagelijks, toch in het seizoen enige malen op tafel. Hoewel zij in hoofdzaak als veevoeder werden geteeld, waren zij voor menselijke consumptie zeer geschikt, mits op de juiste wijze toebereid. De knollen (Brassica rapa) werden en worden geteeld om als nagewas voor bijvoeding van het vee te dienen. Als de oogst, dat wil zeggen de rogge, haver en aardappelen van het land is, worden de knollen, het raapzaad gezaaid. Vroeger gebruikte men de knollen op tweeërlei manier, namelijk als weidevoeder, waarvoor het loof gebruikt werd (loofweide) of als akkerbouwvruchten, waarbij de knollen zelf werden geoogst. Aan het einde van de 19e eeuw, toen de boeren aan de knollen als nagewas meer waarde toekenden en men nog een vrij groot aantal schapen hield, liet men dit wolvee in de herfst, wanneer het loof van de knollen hoog was opgeschoten op het knollenland lopen. Later werden de knollen stal- en/of bijvoeding.

 

 

 
 


Hoe de Knollen werden gegeten

Volgens overlevering werden de soesterknollen door de inheemse bevolking met schil en al gestoofd, nadat zij vooraf goed schoon waren gemaakt. Zij werden gegeten als een “muuspot”, dat wil zeggen als stamppot, vermengd met aardappelen en vet. De knollen moesten lichtelijk aangebrand zijn en een bruin korstje hebben. Dat bracht de gewenste smaak aan het gerecht. Bij voorkeur moesten de knollen zo heet mogelijk, althans warm, worden opgediend: zo van het vuur, dampend, op tafel gezet. Te sterk afgekoelde knollen hadden hun smaak verloren. Dat de knollen warm moesten zijn, wanneer zij werden gegeten, leert het vroeger nog welbekende rijmpje:

De boer die at een knol.
Die knol die was zo heet.
Dat de boer het van benauwdheid
In . . . de broek deed.

Anderen maakten het nog mooier. Wat de boer dan in zijn benauwdheid deed, laten wij hier maar achterweeg. Voze knollen waren van inferieure kwaliteit en alleen geschikt als veevoeder. Hoe langer men echter wachtte met het rooien van de knollen, hoe minder geschikt zij werden voor menselijke consumptie. Zij verloren hun smaak, werden waterig. Ook nachtvorst tastte de knollen soms aan. Vandaar de spreuk:

Als het kindje Jezus is geboren.
Hebben de knollen hun smaak verloren!

Voordat de aardappelen bekend waren, at men in de Middeleeuwen als warme maaltijd vaak een stoofpot (potagie), bestaande uit bonen en erwten, met knollen of kool, enkele kruiden, waarin soms ook vlees werd gekookt. Veel minder waardering dan te Soest had men voor knollen als warme maaltijd in de Achterhoek en Twente, waar knollen “reuven” genoemd worden. Al werden zij wel gegeten, geliefd waren zij zeker niet bij het volk. Men sprak van een "wûus etten", een maaltijd waaraan weinig zorg is besteed, zonder vlees of vet.

Andere betekenissen

Knol of knollen kent men ook nog wel in de betekenis van een oud, afgedankt paard: oude knol. En dan nog van gaten in sokken of kousen, zo groot als een knol. Maar ook dit weet men niet meer. Hoogstens zijn het nog ladders in de nylonkousen en de panty’s die men kent. Knollennat, een aftreksel van knollen, werd gebruikt tegen haaruitval, als men vroeg kaalhoofdig werd 

Zaaien van Knollen

Bij voorkeur zaaiden de boeren knollen bij afnemende maan, het liefst op 10 augustus; zo wilde het volksgeloof het en daar hield men zich aan. Vandaar het gezegde:

Wie knollen wil eten,
Moet Sint Laurens niet vergeten!

Sint Laurens of Sint Laurentius is de beschermheilige van koks en herbergiers, die dikwijls een rooster gebruikten om vlees te braden. Hij werd eerst gegeseld, vervolgens met gloeiende ijzers gepijnigd en tenslotte op een rooster gelegd, waaronder een vuur gestookt werd. Laurentius wordt afgebeeld als diaken, in albe en dalmatiek met het rooster als attribuut. Zijn naamdag is 10 augustus, vandaar dat op die dag de knollen werden gezaaid. Algemeen werd toentertijd aangenomen – de landbouwvoorlichting stond in de vorige eeuw nog op een laag pitje – wat zijn vruchten onder de aarde draagt, als wortels en knollen, moet na volle maan, en wat de vruchten boven de aarde heeft, zoals koren, voor volle maan gezaaid worden.

 
 Soesterknollen in de Heraldiek

Het is bekend dat er te Soest boerengeslachten zijn, die een wapen voeren waarop knollen of rapen staan afgebeeld. Een wapen Rutgersen dat deze familie in de 16e eeuw voerde, maar dat niet in "Rietstap" staat vermeld, wordt als volgt beschreven: Gevierendeeld en bevat naast twee pauweveren zes rapen of knollen. De pauweveren silver op keel, de rapen van god op sabel. De mogelijkheid is niet uitgesloten, maar tot nu toe is hiervan geen bevestiging verkregen, dat dit wapen door het gildebestuur van het Sint Aagten schutters- of Groot Gaebeecker Gilde van Soest is gebruikt. Hiermee zegelden zij de oprichtingsakte in 1560. Verder is over dit wapen weinig bekend.

 

 
 


Soesterknollen, een koninklijk gerecht

Soesterknollen was het lievelingsgerecht van Koning Willem I (1792 – 1843), In de herfst en zolang zij nog van goede kwaliteit en eetbaar waren, verschenen soesterknollen met een gebraden schapenbout, op de koninklijke dis, waarbij een glas bourgogne werd gedronken. In de jaren dertig van de vorige eeuw kregen de soesterknollen een politiek tintje. Omstreeks 1832 waren er nog families waar de verjaardag van de "goede Prins" (24 augustus) herdacht werd door zijn lievelingsgerecht Soesterknollen op tafel te zetten. Ook na zijn troonsafstand op 7 oktober 1840 werd dit nog gedaan door fervente oranjegezinden. Zelfs toen Koning Willem I reeds veel van zijn populariteit had verloren, hielden velen de trouw aan de Vorst nog in stand door soesterknollen met schapenvlees te eten. "Hofleverancier" in de betekenis die wij tegenwoordig hieraan toekennen, zullen de soesterboeren, die de knollen leverden, wel nooit zijn geworden, evenmin kregen de befaamde knollen het predikaat "koninklijk", al werden zij door de Koning hooglijk gewaardeerd.

 

Soesterknol als scheldwoord

Het is bekend dat de inwoners van Soest al eeuwenlang uitgemaakt werden voor Soesterknollen. Niet alleen omdat de knollen er werden geteeld en gegeten, maar meer nog, omdat dit minderwaardig voedsel was in de ogen van velen, werden de Soester inboorlingen voor achterlijk aangezien. Dikwijls zijn de Soesterknollen aanleiding geweest tot vechtpartijen tussen de jongelingschap van Soest, Baarn, Amersfoort en andere dorpen in Gooi- en Eemland, waarbij niet zelden het mes werd getrokken. De "Soesters" voelden zich algauw beledigd, als zij werken uitgemaakt voor "Soesterknol". Dat namen zij eenvoudig niet en vooral van Baarnaars niet, die op hun beurt werden uitgemaakt voor "Baarnse mop", een onooglijk koekje. De rivaliteit lag echter veel dieper. Liefdesaffaires waren veelal de oorzaak van deze dorpsruzies, die ogenschijnlijk zonder enige aanleiding soms hoog oplaaiden. Soester jongens dongen met niet aflatende ijver naar de gunsten van een Baarnse schone, of er moest met alle geweld een kasteel van een meid worden opgevrijd, zeer tegen de zin van de Baarnse jongen, die dit niet konden verkroppen en dit niet op zich lieten zitten. Zij verdedigden hun rechten met de vuist en soms werd de strijd met het mes beslecht, dat nogal los in de zak stak.

 

 

 

Knollen Plukken

Het knollen plukken behoort tot het laatste akkerwerk van het seizoen. Zijn de knollen van de akkers verdwenen, dan heeft de boer een tijdje rust. De echte soesterknollen worden al lang niet meer verbouwd; zij hebben het veld moeten ruimen voor de veel grotere voederknollen, die slechts als veevoeder worden gebruikt en waarvan de opbrengst veel groter is. De kwantiteit heeft plaats gemaakt voor de kwaliteit. Deze knollen zijn echter minder geschikt voor menselijke consumptie, als worden ook deze knollen nog wel door de jeugd geplukt, geschild en gegeten. Op de bouwakkers op de Eng, voorzover die er nog zijn, worden hier en daar nog wel knollen geteeld. Als veevoeder werden en worden zij echter verdrongen door maïs.

Zullen de Soesterknollen als spotnaam voor de inwoners van Soest nog blijven voortbestaan, zolang er boeren zijn in Soest??

Voor meer informatie:
Peter Kuijer (promotie & comm.begeleiding)  06-52037571 
Pieter Kuijer (teelt en onderzoek)  035-6014133 
Anneke Kuijer (receptuur)  035-6014133 

Top