Het Oude Grachtje

Oude_Grachtje_1 Gepubliceerd met toestemming Anton Roest een oud bewoner Oude Grachtje

 

Het Oude Grachtje

Links het Soesterveen met inmaakgras silo en melk plek van boer Roest Hij melkte al met de machine op elctra in zijn land. U ziet de palen van de bovenleiding naar zijn land lopen, en de schakelkast aan de laatste paal hangen. Met rechts net niet zichtbaar de Klaarwaterweg.

Het pad op de voorgrond is de ingang van het boeren bedijf. De historie van het Oude Grachtje in Soest Tot beging 1900 was het Oude Grachtje gelegen achter de Eng in het Soesterveen een weg die als weg weinig te betekenen had. De verspreid liggende daggelderswoningen hadden diverse gezamelijke particulieren uitwegen naar de Beukenlaan en Nieuweweg. Wanneer de weg de naam Oude Grachtje heeft gekregen is niet helemaal duidelijk. In 1897 werd het als naam vermeld,vroeger was het achter de Engh. Na 1900 werd het Oude Grachtje als weg steeds verbeterd, van een karrespoor in een sintelweg die in de zomer bij droog weer, om het stuiven tegen te gaan,door de gemeente met een sproeiwagen vochtig werd gemaakt. Na 1950 werd de weg geasfalteerd,bij het verbeteren van de weg verdwenen geleidelijk de gezamenlijke uitwegen op twee na. Sommige huisjes die aan de weg stonden zijn gezien de materialen waar van ze gebouwd. Waren onder andere de handgevormde steentjes en met rieten dak,al heel oud. Of er ook plaggen hutten hebben gestaan is niet bekend. De huisjes (daggelderswoningen)  hadden daarin allemaal een kleine ruimte voor veestalling. Het land ten zuiden van het Oude Grachtje lag lager en in een kom ,er werd turf gegraven en zodra de turf er uit was stonden die stukken land vaak onder water en had het weinig waarde.  Volgens overlevering ging de grond van de hand voor fl.0,25 of een pond rook of pruimtabak.

 

De percelgrenzen waren onduidelijk er stonden geen kadasterpalen. In 1906 is het waterschap Soesterveen opgericht , er moest een betere ontwatering komen.

De nieuwe Veensloot werd hier voor in 1910 gegraven. De resultaten waren het volgende jaar al goed merkbaar. De zomer van 1911 was zeer warm en droog en het land kwam droog te liggen en volgens overlevering lag de paling voor het op rapen ,er werden kruiwagen vol paling gevangen.

Ondanks de nieuwe Veensloot kwam er bij overvloedige regen de laagste stukken nog weleens onder water te staan,het laatste nog in Augustus / September 1957,al met al kwam er steeds meer grasland die beweid konden worden. Daardoor konden er meer melkkoeien worden gehouden en ging men steeds meer varkens en vooral meer kippen houden waardoor ze veel werk op hun boerderijdtje kregen. Tot de veertigejaren van de vorige eeuw werd de rundveestapel gecontroleerd op TBC.

De koeien die TBC hadden werden geslacht ze moesten TBC vrij zijn dit om besmetting van TBC in de melk te voorkomen. Daardoor hadden de meeste bewoners van het Oude Grachtje geen tijd meer om elders te werken en probeerden ze thuis een sober bestaan op te bouwen. De eerste jaren na de oorlog droegen de kippen vooral bij aan de verbetering van het sober inkomen. Er werd veel aandacht besteed aan de kippen om de eierproductie op gang te houden. In drukke tijden werden de kinderen ingeschakeld om eieren uit de nesten te halen. Om de eierproductie op peil te houden moesten de kippen veel voer opnemen en dat kon alleen als het licht was. Bij het korten van de dagen werden de kippen bijgelicht en midden in de winter gingen de lichten al om 04.00 uur aan. De hokken waren niet geïsoleerd met het gevolg als het vriezend weer was de kippenhouder ook om 04.00 uur zijn bed uit ging om de kippen van onbevroren water te voorzien.

Als er geen water was. namen de kippen geen ochtendvoer op en daalde de productie.    Het was niet leuk om zo vroeg je bed uit te stappen en naar buiten door de vrieskou met water Naar de kippen te gaan,maar er zat niets anders op want een groot deel van het inkomen kwam van de kippen.

 Om de kippen bij te lichten kon alleen waar stroom was, op het Oude Grachtje had niet iedereen stroom en niemand gas. Het elektriciteitnet op het Oude Grachtje werd voor het eerst aangelegd rond 1932 en alleen woningen die kort aan de weg stonden kregen stroom. De huizen die verder afgelegen waren kregen pas een paar jaar na de oorlog stroom. Waterleiding werd pas na 1950 aangelegd, dit was al een hele vooruitgang, Want het water wat tot die tijd uit de grond werd opgepompt was ijzerhoudend,en overal geschikt voor , behalve voor de thee en de was ,voor de was werd het water gebruikt uit een put waar opgevangen

Oudfe_Grachtje_2 

De pomp op de foto (samen met weckketel en de weckglazen) heeft jaren gestaan (tot 1970) in een weiland aan het Oude Grachtje .Er zijn duizenden liters water mee opgepomt voor de koeien ,die voorlal als het droog en warm weer was en veel melk gaven, wel een slokje lusten. Pompen hebben net als mensen een hartklep en klep moest ook wel eens vervangen worden. Zaterdag middag of avond wasten mensen zich voor de wekelijkse wasbeurt onder de pomp of in een teil met water waarin warm water werd gedaan afkomstig uit een gietijzeren waterfornuis die warm werd gestookt met takkenbossenhout . bij ieder huis stond wel een takkenbossen schelf (stapel). De vuile was voor het verschonen en het verdere wasgoed ging in het fornuis en werd op zondagavond met water uit de regenput uitgekookt en gestampt met een stamphout en voorzo ver klaargemaakt dat men maandagmorgen gelijk met de was kon beginnen. Maandag wasdag.

 De vrouw  Mien van Willem van Gijs van Pietje (van’t klooster) was een Amsterdamse en die waste Niet op maandag. Ze hield zich aan de Amsterdamse gewoonte om ergens op maandagmorgen te gaan koffiedrinken o.a bij haar zus Jopie op de Klaarwaterweg. De Naam Van’t Klooster was op het Oude Grachtje nauwelijks bekend, ze hadden het altijd over Willem of Niek van Gijs van Pietje. Dit bleek uit een verhaal van Willem Roest die toen binnen kwam koffie drinken het volgende mededeelde. Er kwam tijdens zijn werk een fietser langs, die vroeg aan hem waar Van’t  Klooster woonde Hij gaf als antwoord dat er geen Van’t Klooster op het Oude Grachtje woonde. De fietser was nauwelijks vertrokken ,toen hem te binnenschoot dat van Gijs van Pietje de achternaam Van;t Klooster had.

 Het warmwater fornuis werd ook voor andere doeleinde warm water gestookt onder andere bij het huisslachten van een varken. Nadat het varken met een masker was doodgeschoten,werd met de ketel heet water over de huid van het varken gegoten.Het haar kwam hierdoor los te zitten en kon het haar er gemakkelijk afgeschraapt worden. Van het varken werden bepaalde stukken o.a. metworst, bloedworst en leverworst gemaakt, Die in het fornuis werde gekookt.

Voor men het varken ging verwerken moest het eerst gekeurd worden dooreen keurmeester en bij goedkeuring kreeg het varken een paar stempels.

Om het vlees goed te houden werd het een tijdje in een pekelbad gedaan en daarna gerookt in een rookkast (bijna iedereen bezat deze).

 Het varken dat geslacht moest worden, moest zo zwaar en vet mogelijk zijn, bij voorkeur een zeug die een paar keer gekeud (gebigd) had.

De naam big kende ze vroeger in deze streek niet,ze werden keuen genoemd.Vandaar de naam keuenkoper De mensen van toen moesten zwaar lichamelijk werk doen en konden wel wat vet gebruiken. Dat ze graag vet wilde eten kwam onder andere tot uiting bij het dorsen van koren met de dorsmachine . bij het dorsen was nog al wat personeel nodig. De buren hielpen elkaar, het was  altijd gezellig Het vaste personeel (2 man ) van de dorsmachine bleven tussen de middag altijd warm eten bij de boer waar de dorsmachine op het erf stond. Op de plaats waar het dorspersoneel zat te eten vroeg de vrouw des huizes of het eten goed smaakte !  Ze kreeg als antwoord, het is maar goed dat het raam niet open staat, want dan zouden de aardappelen van mijn bord waaien, ze kreeg de hint dat er te weinig vette stip (jus) op de aardappelen zat. Bij de aardappelen werd ook veel groente gegeten. Zowel aardappelen als de groente werden in eigen tuin verbouwd. Er werd ook groente geteeld die houdbaar was voor de winterdag, de groente die beperkt houdbaar waren werden vroeger met zout in een Keulse pot gedaan en daardoor  langer houdbaar en bestemt voor de winterdag. De groente in de pot moest goed aangedrukt worden , dit deed men door een plankje in de pot

Op de groente te leggen met daarop een zware steen om het goed aan te drukken. Dit was voordat de weckketel was uitgevonden van af die tijd gingen alle groenten die bederfelijk waren en geschikt waren om te wecken in een weckglas en in de weckketel en op de kachel gezet en gesterilliseerd .

Met de opkomst van de diepvries werd wecken verleden tijd. Om nog even op de aardappelen terug te komen, vroeger en kort voor de oorlog verbouwde men deze zelf in de tuin in september / oktober 1944 werden bewoners uit Arnhem en omgeving geëvacueerd en die werden onder Andre ook bij gezinnen op het Oude Grachtje ondergebracht. De gezinnen werden daardoor groter en hier was voor het verbouwen van aardappelen voor winteropslag geen rekening gehouden en bij sommige gezinnen was een tekort aan aardappelen. Een boer van het Oude Grachtje kreeg hierdoor een te kort aan aardappelen,daartegenover had hij veel hooi, de boer die een tekort aan hooi had voor zijn vee, wilde hooi van hem kopen maar zijn hooi wilde hij niet verkopen maar ruilen voor aardappelen.

De boer die hooi te kort had geen aardappelen over, maar wel een paard en wagen. Een zwager een goede bekende van hem wilde graag zijn paard en wagen lenen om aardappelen te gaan halen in over de IJssel. Ze konden het paard en wagen lenen onder voorwaarden dat de hoeveelheid aardappelen bij terugkomst in drie porties werden verdeeld en toen kon er aardappelen geruid worden voor hooi. Na de oorlog was er veel werk en ging het financieel steeds beter, veel mensen die altijd voor zichzelf aardappelen hadden verbouwd deden dat niet meer en kochten hun aardappelen voor hun winter voorraag. Door de grote vraag naar aardappelen speelde de boeren die bouwland hadden hierop in en gingen grote stukken met aardappelen verbouwen. Dit werd hun gemakkelijk gemaakt omdat ze mechanisch werden gerooid. In het najaar waren de verbouwers extra druk om hun klanten van aardappelen te voorzien. In de loop van1960 was er geen vraag meer voor winteropslag, in de winkel kopen was veel gemakkelijker . In die tijd waren de gezinnen groot en werden veel aardappelen gegeten En die zorgden voor veel schillen en de schillenboer kwam deze 1 of 2 keer per week ophalen. De schillen werden aan de koeien en varkens gevoerd .Iedere schillenboer had zij eigen wijk, na loop van tijd zijn zij er mee gestopt en verdwenen de schillenboeren uit het straat beeld,omdat het niet meer lonend was. In de Miedagen van 1940 vielen de Duitsers Nederland binnen .

 Om oorlogsgeweld te ontlopen werden mensen geëvacueerd. De bewoners van het Oude Grachtje stonden op het punt (als laatste bewoners van Soest) te evacueren .Maar doordat Nederland zich overgaf konden ze thuis blijven.  Dat na de overgave de Duitsers de dienst gingen uitmaken merkten ze al gauw. Ze begonnen met het vorderen van graszoden waaronder ook die van de boeren van het Oude Grachtje, Die een stuk weiland hiervoor moesten afstaan.

De graszoden werden gebruikt op het vliegveld Soesterberg on ze om de startbanen heen te leggen. Feitelijk de omgekeerde wereld. Jarenlang zijn er hei plaggen gestoken op de Stompert en Soesterberg, die zijn  naar het Oude Grachtje gegaan, om te gebruiken als strooisel in de koehokken en schaapskooien.

De Duisters vorderden ook de Zuider Eng ten oosten van de Molenstraat op . Enkele boeren Van het Oude Grachtje die daar bouwland hadden raakte die ook kwijt.

De Duitsers bouwde er stellingen met afweergeschut om het vliegveld Soesterberg te verdedigen . Ook is er een ondergrondse schuilkelder gebouwd.

Deze schuilkelder is voor dat die met andere verdedigingswerken werden ontmanteld gebruikt voor toneel uitvoeringen .

 O.a. door Bennie Vrede en Piet Ekel in het begin van de oorlog moesten ook alle radio’s ingeleverd worden om te voorkomen dat er naar radio Oranje in Londen werd geluisterd. Niet alle Nederlanders gaven hier gehoor aan. De niet ingeleverde rado’s werden verstopt,de radio’s werden regelmatig uit hun schuilplaats gehaald on naar radio Oranje te luisteren, ook buren kwamen regelmatig luisteren tot de winter 1944/1945 in deze winter werd wegens gebrek aan kolen te weinig elektriciteit opgewekt en hele wijken werden van stroom afgesloten. De huiskamer en stal werden toen net als vroeger met peterolieumlamp verlicht,zo lang er nog peterolium was. Hier en daar had men ee fiets carbid-lamp, als ze dit allemaal niet hadden dan kon er nog een fiets in de kamer gezet worden en dan moest men trappen om de dynamo aan te drijven. Om dat wiel moest dan wel een luchtband zitten. Luchtbanden waren net als zoveel dingen schaars . Er waren nog wel fietsen met om het wiel een antiplofband. Deze band was gemaakt van repen autoband,gesneden van een oude autoband die een lengte hadden van de omvang van een fietswiel. De repen werden gevouwen en vastgezet met ijzerdraad en om het wiel gedaan.In de tijd (voor de oorlog) moest er ook fietsbelasting worden betaald en als je de weg op ging met je fiets moest je een fietsbelastingplaatje zichtbaar bij je hebben,als er een extra plaatje nodig was werden die van elkaar geleend.

In de oorlog werden door de Duitsers regelmatig razia’s gehouden en doorzochten de huizen om te kijken of er onderduikers of Joden waren. Alvorens ze dit deden zetten ze eerst de wegen af om vluchten te voorkomen. Ze kwamen de Klaarwaterweg af fietsen. Bij het Oude Grachtje aangekomen zetten ze (hun????) fietsen aan de kant en gingen opwacht staan met het geweer in de aanslag tot de huiszoekingen afgelopen waren. Als ze om een Paard verlegen waren gingen ze met een paar man op zoek en het eerste en beste Paard wat ze vonden werd meteen in beslag genomen. Om zwarte handel van vee tegen te gaan werd al in 1940/41 bureauhouders aangesteld waar al het vee dat men had,voor registratie moest opgeven. Op het laatst van de oorlog was men verplicht 1 of 2 koeien te leveren voor voedselvoorziening . De koeien moesten geleverd worden op het abattoir va n Hilversum . Omdat er geen vervoer was moest men lopen met de koe naar Hilversum. In de oorlog kregen de boeren ook regelmatig bezoek  van een controleur die de gebouwen ondezocht om te kijken of er een   melkbus met melk stond om te karnen en er karngereedschap aanwezig was en ander verboden artikelen ,deze waren wel zo verborgen dat ze niet te vinden waren.

De controleur die altijd op het Oude Grachtje liep had rood haar en kreeg al gouw de bijnaam het rooie gevaar. Als er met de machine koren gedorst werd,stond hij ook bij de dorsmachine om de gedorste zakken graan te noteren, want de boeren moesten heel de opbrengst inleveren aan de overheid. De controleur had tijdens het dorsen ook wel eens hoge nood of moest voor iets anders weglopen. Als de controleur even weg was werden er gauw een paar nog niet genoteerde zakken met koren,onder het stro dat om de dorsmachine lag,weggemoffeld. De dorsmachine werd door de tractor aangedreven,op de tractor zat een houtgenerator, benzine was er niet meer. De bewoners van het Oude Grachtje hebben in de oorlog geen echte honger geleden. Ze waren zelf voorzienend wat aardappelen en groente betreft. In September 1944 kregen de mensen evacues uit Arnhem en omgeving en daar was niet op gerekend en de wintervoorraad was toen aan de krappe kanten voer voor de kippen en varkens was er ook niet. Er liepen wel wat kippen om de deur, die moesten het doen met een wormpje en wat groen. Buiten een hypotheek voor onroerend goed ,maken de bewoners geen schulden. De mensen op het Oude Grachtje hadden het niet breed en als ze iets nodig hadden werd er eerst voor gespaard, voordat ze het kochten. Wat ze zelf niet hadden aan werktuigen,gereedschap of een Paart nodig was werd er geleend bij de buren. En dat ging over en weer. Over het lenen nog iets leuks, mijn zus (van Anton Roest) kwam met het verhaal thuis dat ze met een meisje ruzie had (een meisje die ook op het Oude Grachtje woonde). De moeder van dit meisje ging zich met de ruzie bemoeien, ze deet lelijk tegen mijn zus en haar andere vriendin en zei,o.a. dat devriendin maar tegen haar vader moest zeggen dat ze bij hem, de van haar geleende melkbusje, zou ophalen en dat hij maar in zijn pet moest melken.  Tot enige jaren na de oorlog moest er geld opzij worden gelegd voor o.a. de dierenarts en de smid die kwamen in het begin van het nieuwe jaar met de jaarrekening van geleverde en verleende diensten van het afgelopen jaar. Het was toen gebruikelijk dat er maar een keer per jaar werd afgerekend. De dierenarts stuurde de jaarrekening per post De smid (Joh.Wansing) bracht persoonlijk zijn jaarrekening naar de klanten. Hij liep op zijn klompen o. a  naar het Oude Grachtje, de klanten maakte als hij kwam de tijd vrij om een babbeltje te maken, en koffie te drinken en de rekening te betalen en een sigaar aan hem te geven. Als hij twee keer koffie had gedronken nam hij geen koffie meer en kwam de borrel te voorschijn. Hij liep zijn klanten tot de middag was,om thuis warm te eten. Na ongeveer 1950 verdween de jaarrekening geleidelijk in maandrekeningen. Een borreltje werd vroeger alleen gedronken bij bepaalde gelegenheden, zoals in de winter bij de wekelijkse kaartavond. Er werd begonnen met koffie en een lux koekje (een krakeling of een jan hagel). In de koffie werd geen suiker gedaan, ze kregen bij de koffie een koffiebal en daar na werd een borrel geschonken. Op een verjaardagsfeest werd het zelfde gedaan als op de kaartavond de vrouwen drinken dan een glaasje boerenjongens of schilletje.

Bij het naar huis gaan kreeg de visite die soms een uur moesten fietsen een grote snee vers  gebakken krentenbrood met een laag boter.

Mijn Moeder kon goed krentenbrood bakken, dus dat ging er wel in. Na 1950 kregen de mensen het financieel steeds beter en alles werd geleidelijk steeds luxer.

Er kwamen o.a. douches en  w.c.’s en de plee verdween. Maar daar hebben ze niet lang plezier van gehad want de gemeente Soest kwam vrij onverwachts met het plan voor woning uitbreiding naar het Soesterveen.  Dit plan werd zonder slag of stoot aangenomen. Als de mensen van toen net zo voor behoud van natuur waren als nu, dan was er vermoedelijk veel tegenstand gekomen tegen dit plan. Het hele mooie Oude Grachtje met zijn open ruimte en verspreid liggende  boerderijtjes omgeven met hoofdzakelijk Elzenhout met hier en daar een paar Elzenwallen was een mooi Natuurgebied en vooral in de zomer als de koeien en enkele honderden witte kippen om de deur liepen. In de winterdag zag je regelmatig koppeltjes sijsjes die je met hun roepend geluid kon horen aankomen, ze vlogen al Elzenzaadjes pikkend van de ene boom in de andere. De sijsje verdwenen zo langzamerhand evenals de bewoners die hun vertrouwde stekje en buurt moesten verlaten voor woning uitbreiding Soest Drie huizen stonden niet in de weg en bleven staan. Het adres van de woningen werd in 1983 veranderd in Koningsweg en Clemensstraat .

Met deze adreswijzigingen verdween het oude  Oude Grachtje en is nu historie

Oude Grachtje 12  

In 1893 kocht weduwe Kuijer-van de Grift dit boerderijtje, het was heel oud gebouwd met rieten kap,  handvormsteentjes gemetseld met kalk en zand en heeft diverse opknapbeurten gehad, en trouwde in 1997 met Teunis Roest, het was een klein boederijtje die in de loop van tijd steeds groter werd.

Er werden koeien, kippen en varkens  gehouden. In 1931 overleed Teunis Roest , aan het boerderijtje werd een kamer, met een plat dak, daarom het platje genaamd. In de aangebouwde kamer kon de vrouwvanTeunis zelfstandig wonen (aanleunwoning). Elk jaar werd het boerderijtje met witkalk gewit net als alle witte woningen die er stonden. De jongere gebouwen hadden schoon metselwerk. Bij zonnig weer bergon men soms al bij zonsopkomst. Bij felle zon werden de ogen verblind.

De melk van de koeien werd opgehaald door melkboer C. Vernooij tot ongeveer 1940, zoals  reeds vermeld moest de melk toen verplicht geleverd worden aan de fabriek. De melk venten hij uit in Baarn. Op zaterdagavond werd er vroeg gemolken want zaterdagsavonds moest hij ook bij zijn klanten langs. De melkprijs was heel laag (centen werk). Bij het afrekenen van de melk lagen er rijen koperen centen op tafel en zo ik me kan herrinneren lag er weinig zilvergeld.

Willem Roest had in de oorlog altijd twee schapen ze kwamen er als lammetjes en bleven tot de volgende winter tot ze uitgegroeid waren. Danwerd een schaap geruild voor twee lammetjes en het andere schaap werd geslacht voor eigen gebruik, omdat er altijd twee schapen bleven kwamde overheid er niet achter dat er zwart werd geslacht. In 1949/1950 was er een pyromaan is Soest die verspreid hooibergen in brand heeft gestoken. De laatste hooiberg die hij in brand stak was op nr 12. In 1970 is het huis gesloopt

Oude_Grachtje_13Oude Grachtje 13

 

Arie Grift ? Was de laatste bewoner, daar voor Arie Kaats van beroep huisschilder.

Ook Gerrit van der Heide heeft er gewoond en ook hij zat in de bouw. In de winter was er vaak geen werk, dan ging hij op pad met een schop om wroetende mollen te vangen. Deze werden met een schop uit de grond gewipt. Bij thuiskomst gevild en het velletje op een plank gespijkerd om te drogen . Als ze droog waren werden ze verkocht en werden er later bontjassen van gemaakt. Zo verdiende hij in de winter de kost,hij was een geziene gast bij de boeren die waren blij dat de mollen werden gevangen in het grasland

Oude_Grachtje_15Oude Grachtje 15  

 

Hier woonde de Familie Bosman .W. Bosman had alleen koeien,daarnaast had hij ook een schillenwijk, tweemaal per week ging hij de schillen ophalen.  (Met Paard en wagen) Bosman had geen kinderen, wel had hij een inwonende bestedeling, deze man Kees (volgens mij Rinus) kon niet zelfstandig werken Maar kon op de boerderij wel eenvoudige klusjes doen. Hij ging ook mee schillen ophalen, verder kwam hij nergens en bezoek kreeg hij ook nooit. W. (Willem) Bosman was al op leeftijd toen hij de boerderij verkocht en vehuisde. E.van de Brink heeft er, voordat de gebouwen werden gesloopt, nog een tijdje gewoond.

Hij had, toen hij op het Oude Grachtje woonde een partij sloopauto's om het huis voor de sloop. Op de foto is nog net te zien achter het woonhuis er een witte stal aan vast zit, met rietendak. Dit was vroeger een daggelderswoning. In  plm. 1924 is voor deze woning een nieuw woonhuis gebouwd aan en het oude

Oude_Grachtje_3Oude Grachtje 3

Op deze plek stond een woning die in 1908 is afgebrand. Rijk van de Heuvel heeft de daarom liggende gronden gekocht en er een nieuw boerderijtje op gebouwd. Toen het klaar was is hij er met zijn vrouw gaan wonen. Later is er een kamer aan gebouwd die diende voor zelfstandig wonen van hun ouders (aanleunwoning), Voor zover hun ouders het konden maakte ze zichzelf nuttig met het schillen van aardappelen, het stoppen van kousen, breien en het verzorgen van de groententuin. In de vijftigerjaren heeft Wim van de Heuvel het bedrijf overgenomen,op het bedrijf waren koeien, kippen en wat varkens.

Ze hadden aan de Boerenstreek een stukje land waar zich veen bevond dat geschikt was voor het maken van turf. Vader en zoon van de Heuvel waren de laatste turfstekers van het Soesterveen, ze heden dit tot circa 1950. In 1970 moest het gezin Wim van de Heuvel verhuizen en gingen naar het Kerkpad. Het huis en de bijbehorende schuren werden niet gesloopt, het kreeg de bestemming als  kinderboedeij.

.

.

.